Wintersportzzz….

Poeh. Net teruggekeerd van wintersport en met 250 kilometer aan pistes in de benen ben ik best wel toe aan een bijpitmoment. Zeker omdat het skiavontuur qua slaapritme als één grote illusie begon. Zaterdagavond vertrokken met een fakedutje in een schokkende slaaptrein; ik was er van overtuigd dat ik zeven uren in dromenland had vertoefd, maar aangekomen in het huisje schreeuwde mijn hele lijf om een winterslaap. Helaas… in plaats van mijn bed een heerlijk bezoekje te brengen, bungelde ik uitgeput boven een besneeuwde berg. Zes dagen achter elkaar de wekker om halfacht en het slaaptekort is verklaard. Komende dagen wuift een te gek nieuwjaarsfeest me hartelijk welkom, heb ik nog een paar verlate kerstdiners op de planning staan en slokt ook schooltje een hoop kostbare tijd op.

Niet alleen het slaapritme is even wennen; het Oostenrijks eten is net zo veel aanpassen. Niks geen vier dunne sneetjes brood! Nee, die hompen deeg zijn nauwelijks doormidden te zagen en zodoende ging ik vaker dan vaak op pad met een plakje worst geplet door twee dikke planken van brood. De Duitse taal kan ook talloze beren op de weg werpen, al vraag ik me af of het volgende misverstand hierdoor kwam. Mijn zusje besloot soep voor vier personen te maken en zo verstandig als ze is hield ze zich strikt aan de handleiding op het pakje. “Die Suppe verdünnen mit 3/4 Liter Wasser.” Helaas is Uggie net zo goed in breuken als ik in Engels en tot mijn grote schrik stond er een pan ter grootte van een ijzeren tuingieter op het fornuis. Zo naïef als een muis had ze freaking vier liter water (een liter pp! ohmygod) toegevoegd en vond ze de soep slechts ‘een beetje dunnetjes’. Ik nam, tegen beter weten in, een hap en het had nog het meeste weg van een slok douchewater met een vleugje tomaat…

Niets is zo fijn als nu weer in een normale boterham met kaas te happen kan ik je vertellen. Helaas wel vergezeld door tientallen deadlines die elkaar in rap tempo opvolgen, een stage die over twee weken haar hoogtepunt gaat bereiken en ook de volgende tentamenweek klopt op de deur. En daarna? Je gaat het niet geloven… ski-vakantie met school en dan begint de hele riedel weer van voor af aan! Poeh.

Advertenties

Relatief collectief

Waarom duurt het winnaarsgevoel na een gewonnen wedstrijd maximaal anderhalve dag en waarom draag je een verliespartij wél de rest van de week met je mee? Ik beoefen op een fanatiek niveau de volleybalsport en afgelopen week betrapte ik mezelf er op dat ik te weinig genoot van onze prestaties. Op dit moment bezetten we de tweede plaats, terwijl we vorig jaar in de onderste regionen terug waren te vinden. En hoe maf het ook klinkt: ik geniet nu minder dan dat ik vorig jaar baalde. Een beetje het omgedraaide Louis van Gaal-effect: bij winst komt het ‘door mij’ en bij verlies door ‘die blinde met die fluit’.

Ik vermoed dat Lowietje de uitzondering op de regel is. Hier in Nederland leggen we elkaar op collectieve wijze een flinke sociale druk op. Vergeleken met Italië wachten we netjes op het groene stoplicht, in tegenstelling tot de Afrikanen komen wij wel op tijd (de NS buiten beschouwing gelaten) en het woord deadline is door de Amerikanen bedacht , maar door ons in stand gehouden. We willen gewoon dolgraag niets verkeerd doen en daarom halen we hele nachten door om maar niets te laat in te hoeven leveren. Het gevoel na een gehaalde deadline is geen trots (waaauwie, zie je wel dat ik kan plannen?) maar vooral opluchting. En waarom kan een verloren potje pingpong op de camping je halve vakantie verknallen? Een veelgehoorde opmerking is dan: ‘ze kan niet tegen d’r verlies’. Inderdaad, we willen winnen om maar niet te verliezen.

We hebben niet voor niets een woord wat met geen mogelijkheid vertaald kan worden. Stel, een collega vraagt naar het etentje met je schoonfamilie van gisteren. Die avond heb je met moeite jezelf beheerst na de hatende opmerking van je schoonmoeder: ‘Je hebt er wel eens beter uitgezien meid’. De rest van de avond bijt je op je tong en praat je over koetjes en kalfjes met je uit z’n mond stinkende schoonpa. Duidelijk te veel knoflook in shoarmaschotel gemikt. Maar toch antwoord je dan: ‘Ja, was wel gezellig’. Gezellig. De enige juiste omschrijving van dit woord is sociaal succesvol. Want zo aangenaam, gemoedelijk of knus was dat dinertje niet. Nee, het was sociaal succesvol, precies wat we als Nederlanders van elkaar eisen.

Maar onze samenleving doet nog veel meer. Zo houden we al jaren de collectieve leugen in stand die de naam Sinterklaas draagt. Het moment dat je als kind ontdekt dat je opa je al die jaren heeft bedrogen met een nepbaard, komt keihard aan. In mijn geval waren het de per ongeluk ontdekte pakjes op zolder die bij mij een lampje deden branden. Ten eerste zijn mijn zusje en ik pas in de zomer jarig en ten tweede, niet onopvallend, waren alle cadeautjes verpakt in papier met wortels, mijters en zwarte pieten. Voorzichtig voelde ik aan een zacht presentje bedoeld voor ‘Nick’ en diezelfde avond kreeg pap een paar sloffen. Dat luidde op pijnlijke wijze het einde van mijn geloof in de Sinterklaasmythe in.

Rond mijn vijftiende kreeg ik genoeg van al dit samenzwerende gedoe van de maatschappij. Ik besloot om een eenmansrevolutie te starten. Een grote opstand tegen het vak natuurkunde en ik hoopte dat door mijn toedoen het vak voorgoed van de aardbol zou verdwijnen. Poeh, wat heb ik me vaak verveeld met grafiekjes over ‘Es is Vee maal Tee’. Zeg nou zelf, who gives a shit dat er tien verschillende krachten op een voorwerp uitwerken. Als je een vaas laat vallen, valt ie kapot. Hoeveel natuurkundige wetten je er ook op toepast. Zodoende besloot ik om me compleet tegen dat suffe vak te keren, maar het mocht niet baten. De enige behaalde resultaten zijn talloze bezoekjes aan het Wetenschapsplein (verzamelpunt voor iedereen die zijn huiswerk niet af had). Bijkomend nadeel was dat dit plein aan de voordeur van de school grensde en dat zo iedereen (lees: m’n zusje, lees: m’n ouders) wist dat je uit de les was geknald. De enige overwinning die ik hier heb behaald, was de 2,5 voor mijn állerlaatste natuurkundeproefwerk. Zonder te leren welteverstaan.

Pubergedrag! Aanstelleritus! Studie-Ontwijkend-Gedrag! Ik hoor het je denken. Maar nee, ik ben er van overtuigd dat het nog steeds een revolutie was.

Een revolutie in mijn eigen wereld.