Pleidooi voor de plant

Soms word ik een beetje moe van vegetariërs. Dit komt vooral door de geestelijke tweestrijd die dan in m’n bolletje wordt gevoerd. Aan de ene kant vind ik het ontzettend nobele mensen; mij zou het niet lukken om een vunzige bamischijf te verkiezen boven een heerlijke kroket. En dat allemaal voor het besparen van een dierenleven: een beest waar je nooit kennis mee gaat maken. Het heeft wat weg van geld storten op een rekening waar je de eigenaar niet van kent. Je verleent een dienst waar je honderd procent zeker nooit een gift van terug zal krijgen. Petje af!

Maar aan de andere kant… Wat bezielt die lui? We zijn niet voor niets vanuit onze natuur carnivoren! Kom eens op voor je ware aard; dit liefdadige gedoe is geen bevordering voor de evolutie.  Laten we dan ook fatsoenlijk gebruik maken van onze hoektanden.

Daarnaast valt de vegetariër altijd een beetje buiten de boot. Een barbecue met zeven hamburgers en één kaassoufflé ziet er best aandoenlijk uit. En als het een echte vegetariër betreft, ligt dit vegahapje op een aparte barbecue. Dit levert bij de rest weer wrevel op, want waarom die soufflé wel en de hamburger niet? Alsof het smakelijk is om een burger op te eten die het hele bakproces tegen een worst aan heeft liggen rijen.  De grote reden blijkt dan dat de vegetariër onder geen beding, ook al is het indirect, contact wil maken met vlees. Dan heb ik hier een eye-opener: de kans is groot dat er ooit een champignon je keelgat is gepasseerd waar een hertje overheen heeft geplast, een slak overheen is gekropen of een lieveheerbeest een familie heeft gesticht. En dat zijn ook dieren!

Bovendien worden de beesten op deze planeet een beetje teveel opgehemeld. Natuurlijk is het eeuwig zonde dat er van de week weer een of andere potvissoort uit is gestorven. Maar, let’s be real: zouden we dezelfde vriendendienst terug kunnen verwachten? Dat een hongerige krokodil eerst z’n tanden in een mensenbeen wil zetten, maar zich toch bedenkt en uiteindelijk een zeewiershake verorbert? Nee; als puntje bij paaltje komt, komen ook zij voor hun dierenbestaan op en zo hoort het ook.

Bovendien zien de vegetariërs een belangrijke bewoner van de aarde over het hoofd. Namelijk de plant! Waar de meeste beesten zich nog kranig kunnen verweren met hun slagtanden, gif of snavel, hebben planten alleen de beschikking gekregen over een lullig doorntje (als ze geluk hebben). Alsof een bloedende vinger alles en iedereen weerhoudt van het eten ervan.

Daarom vind ik het tijd worden om een goed woordje voor de bloemen, cactussen en struiken te doen. Ze kunnen zich met niks verweren en dus is het unfair om zonder smaak en tegen je zin in toch de zuurkool van je moeder op te moeten eten. Weet je hoe weinig leefruimte die krop kool in z’n hele leven heeft gehad? Misschien moeten we tegenwoordig maar spreken over een plofkool in plaats van een plofkip.

Ik ga niet pleiten voor een plantenvrij eetpatroon; dat zou weer hypocriet zijn voor de beesten. De gulden middenweg is dan ook de Carnivoor met Principes. Sta stil bij de plantjes, voer af en toe een duif of breng een bezoek aan de kinderboerderij… Maar laat iedere maaltijd je met alle liefde van de wereld smaken!

Advertenties

De Februaridip

Het is vandaag 20 februari en ik kan niets anders concluderen. Februari is en blijft de maand van de diepe dalen. Ik heb het lang proberen uit te stellen, maar niemand ontkomt aan de februaridip. Trixje wuift het land voorgoed vaarwel, Esther Vergeer hangt haar racket aan de wilgen en zelfs de paus heeft geen puf meer. Maar vinden we het gek? Alle leuke dingen van het jaar hebben we achter de rug. Sinterklaasje, kerstmis, Nieuwjaar, carnaval… De eerstkomende vakantie is Pasen en ik kijk er nu al tegenop om uren in de regen naar dat ene onvindbare ei te zoeken. Om in de zomer druipende chocola uit de dakgoot te moeten vissen.

Maar goed, daar zou ik me nog overheen kunnen zetten. Het is vooral die snijdende kou waar ik echt ziek van word. Dan lijkt de zon heel lief te schijnen, maar zodra je één stap over de drempel zet voel je de ijspegels al aan je oren groeien.

Alhoewel, hier in huis is het ook niet echt genieten geblazen. Begrijp me goed, ik heb niets tegen bezuinigen. Ik juich het besparen op onzinnige overheidsprojecten alleen maar toe. Maar van twee dingen blijf je af: mijn stufi en de thermostaat. Mijn god, zoals pap hier met de verwarming omgaat… daar kan onze minister van financiën nog wat van leren. Warmer dan de zestien graden wordt het niet: ‘Dan trek je maar een extra trui aan.’ Een extra reden om snel naar mijn paleisje op de bovenverdieping te vluchten, want daar regel ik mooi zelf de temperatuur. Dacht ik. Tot het moment dat ik deur opentrok en de diepvrieskoelte me tegemoet kwam: de verwarming was in het kader van de crisis terug op nul gebracht en het raam stond open om de hele handel door te luchten… Het was nog een wonder dat m’n hand niet vastvroor aan de deurklink. Tja, op het gebied van de gezinsuitgaven heeft pap de broek aan – en drie truien.

De hunkering naar meer daglicht neemt iedere dag toe. Op schooldagen de zon op én onder zien gaan in de trein is gewoon niet tof. Denk er een uurtje vertraging bij en het raadsel waarom er zoveel mensen voor de trein springen is opgelost.

En laten we de grote dooie Friese mus niet vergeten: de Elfstedentocht die tóch nooit meer gereden gaat worden. Spreek het woord rayonhoofd uit en ik ben gelijk de rest van de dag chagrijnig.

Maar misschien is het wat om gezamenlijk één grote middelvinger naar deze minidepressie op te steken! Fuck de dip! Jas er een paar paracetamolletjes doorheen en we kunnen er weer tegenaan. Nog een paar weekjes die muts op en dan ruilen we ‘m in voor een hip lentestrikje. Februari is niet voor niets de kortste maand van het jaar…