De pendelende massa

Ik omarm de reiziger. Of wacht, laat ik het specifieker omschrijven, ik omarm de reiziger die met het openbaar vervoer gaat. Want die vorstelijke uitslapers in hun rijdende verwarminkjes tellen niet mee. Nee, ik heb het over de echte diehards die blauw van de kou staan te wachten op de bus, tram, trein of metro en bij het missen ervan meteen een halfuur erbij kunnen tikken. OV-reizigers zijn er in alle soorten en maten en ik verzamel ze állemaal.

Ik heb namelijk een groot, denkbeeldig plakboek wat met het ritje dikker wordt en inmiddels al een aantal categorieën kent. De maandagmorgenlook: het jonge studentje dat met een moeilijk grote koffer voor een midweek weer het ouderlijk huis verlaat. Of de typische dinsdagmiddagblik, waarbij een man van een jaar of veertig troosteloos naar z’n uitgeklapte Macbook tuurt in de wetenschap dat de werkweek nog niet eens over de helft is. En vergeet de bejaardenstoet op een willekeurige dag van de week niet, want die vitale 65plussertjes van tegenwoordig reizen graag stad en land af op zoek naar het goedkoopste terrasje van het land. In grote getale uiteraard. Er zijn momenten geweest dat ik dacht dat de NS een grijze coupé had ingericht, zo massaal werd ik plots omgeven door instappende toupetjes.

Mijn pronkstuk bestaat echter uit een bellende troela op het perron die zo blij was met haar zes paar nieuwe schoenen, dat ze spontaan vergat in te stappen. Zo langzaam als de trein voor haar neus wegreed, zo snel veranderde ze in een tierende, stampende heks die nog bijna een deuk in de deur wist te trappen.

Maar… de mooiste momenten worden gekweekt door de gestreste reizigers. Niets kan me zo veel voldoening geven als het kijken naar een trein die op het punt staat om te vertrekken. Met nog enkele minuten op de klok, komen de eerste nerveuze mensen al van de roltrap gerold. Kijkend op hun horloge of telefoon, stappen ze snel de trein in. Gaandeweg de seconden verstrijken, verandert de toestroom in haastige stappers (“Nee, ik ren niet voor mijn trein! Dat lijkt maar zo! Ik heb aaaaaalle tijd van de wereld maar ondertussen oefen ik wel m’n snelwandeltechniek.”), maar zodra het fluitje klinkt transformeren ook zij vliegensvlug in Usain Bolt en uiteindelijk vliegen mensen in volle vaart van de trap om nog net voor de dichtklappende deuren de trein in te knallen. Heer-lijk. Dat is zo’n enorm euforisch moment! Op dat soort momenten leef ik zo met die reizigers mee, dat ik ze bijna sta toe te juichen als ze puffend een plek bij het raam opzoeken.

Het missen van de trein – terwijl je als een malloot over het perron hebt gesjeesd en niets liever wil dan verdwijnen in die blauwgele slang – is daarentegen ontzettend naar. Het enige wat dan een beetje helpt is een flinke vloek en een meelijwekkende app naar vrienden sturen ‘dat je alweer op een haar na die fucking trein hebt gemist.’

Ik, als ervaren OV’ert, probeer zo smooth mogelijk op te gaan in de pendelende massa. Met een tas op m’n rug en een Metrootje onder de arm, wandel ik zo nonchi mogelijk over het station. Maar o wee als ik het fluitje hoor…

Advertenties

‘Ik facebook d’r wel even!’

‘Ik facebook d’r wel even.’ Voor de online generatie een ingeburgerde term, voor de digitale angsthazen waarschijnlijk een onbekend verschijnsel. In het begin moest ik er aan wennen, maar tegenwoordig gebruik ik het sociale medium als geen ander om persoonsgebonden info op te duikelen. Moeite om een gezicht voor de geest te halen? Benieuwd naar de nieuwe tongpiercing van iemand? Of wil je checken of ze écht een relatie heeft met die nerd? Een paar keer swypen, klikken of scrollen en je weet het.

Stiekem een hele nare gang van zaken. De profielfoto die men op het blauwe netwerk uploadt, is de basis voor ongekend veel roddel en achterklap. Een eerste indruk wekken we niet meer bij het schudden van de hand, maar bij het bespieden van de facebookpagina. Tegenwoordig is het zo erg dat bedrijven sollicitatiekandidaten mede op basis van social media-skills uitkiezen. Plaats je bierfoto’s, hou je scheldkanonnades en heb je ‘Hete heren voor bij het studeren’ (of de mannenversie: ‘Dampende dames voor bij de tentamens’) geliked? No way dat je nog in aanmerking komt voor een baan. Het feit alleen al dat we open en bloot deze handelswijze benoemen (‘ik facebook d’r wel even’), geeft aan hoever we gaan met ons gestalk. NO SHAME!

Dus wordt het tijd dat ik ook maar een bijzonder stalkboekje open doe. Ik ben namelijk zo nieuwsgierig naar de persoon achter het Spiegelmeisje. Ook jij kent haar, ik weet het zeker.

Open je vriendenlijst van Facebook en ze staat er ongetwijfeld bij. Ze is namelijk online vrienden met iedereen en krijgt belachelijk veel likes en reacties op haar profielfoto. Je weet wel, die ene waarbij ze met een opgepoetste iPhone via de spiegel een ‘hotte picca’ van zichzelf probeert te maken. Het liefste in een pashokje of in de badkamer, want: hoe bloter, hoe beter. Een flinke flits, een opgepompt decolleté en een weerzinwekkende duckface later is een ongetwijfeld succesvolle profielfoto geboren.

Wie is ze? Wat doet ze, wat studeert ze, waar houdt ze van? Ik heb werkelijk geen idee. Mijn eerste gedachte is meteen: basisschool niet afgemaakt, parttime kassajobje bij de Zeeman en ’s avonds werkzaam achter de ramen. Maar wie weet wil ze juist haar liefde voor wortels en kwadraten verbergen achter die verleidelijk loerende blik. Of durft ze niet toe te geven dat ze vrijwilligerswerk verricht voor de stichting Red De Slak en probeert ze dat te verbloemen met een flinke laag make-up.

Vandaar dat ik nu graag een oproep doe. Ben of ken jij het Spiegelmeisje? Kom dan naar me toe, in real life. Stel jezelf voor, vertel me dat je pinguïns spaart en fan bent van PSV Eindhoven… Dan doe ik hetzelfde. En hoef ik je ook niet meer te facebooken.