Daar waar de feestvierders worden vergeten

Een hype is inmiddels een understatement voor de nationale en internationale ophef omtrent Zwarte Piet. Facebookpagina’s worden en masse geliked, praatprogramma’s raken er niet over uitgesproken en zelfs de Verenigde Naties mengen zich in de pietendiscussie. Woorden als discriminatie en racisme vliegen over tafel. Het is lang geleden – zo niet de eerste keer – dat een kinderaangelegenheid zo enorm in opspraak is gekomen.

Want laten we niet vergeten dat we het hier over een reusachtige, maar o zo prachtige kinderleugen hebben. Zoals de regering ons iedere Prinsjesdag de mooiste onzin weet te verkopen, zo spelden wij onze kiddo’s in de decembermaand van alles op de mouw. Al jaren trek ik met alle liefde van de wereld een achterhaald plofpakje aan, zet ik een veel te warme krullenpruik op en pijnig ik m’n oren door er twee enorme ringen op vast te klikken. Dagen na de grootse acteeract vind ik nog schmink terug in m’n oren en neusvleugels… niet echt chil. Maar, alles voor die glunderende kinderoogjes!

Helaas zullen deze glunderende kinderoogjes verrassend snel veranderen in starende pupillen, zodra de zwarte schmink plaatsmaakt voor slechts enkele veegjes. Waar ik nu al moeite moet doen om niet aan m’n stem of lengte herkend te worden, wordt het als blanke piet een volslagen kansloze missie. Kinderen zijn misschien naïef, maar niet achterlijk. Geen neefje, buurjongetje of volleyballertje  dat nog in Sinterklaas gelooft na het zien van zijn witte knecht.

Waar lastige vragen als “Waarom ruik jij naar schmink?” nu nog handig omzeild kunnen worden met “Wat leuk! Jij ruikt de cadeautjes in m’n juten zak!”, wordt het een onmogelijke opgave om “Waarom lijk jij op mijn buurmeisje?” te beantwoorden. Bovendien had de kleur zwart nog een uit te leggen functie (naast het verbloemen van de persoon), namelijk de roet uit de schoorsteen. Nu gaan kinderen zich afvragen waarom een piet zo wit is als yoghurt. En ik ook overigens.

Kinderen tellen de dagen af en kunnen nachten niet slapen van opwinding. Bomen aan papier worden weggeschreven naar de Sinterklaasgemeenschap. Kelen worden schor gezongen en rond 5 december is er een structureel tekort aan wortels en verwanten. We laten deze jonge feestvierders hun grootste helden toch niet afpakken?

And let’s be real… een kind van zes weet niet eens hoe je discriminatie spelt, laat staan wat het is.

Advertenties

De meeuw.

“Wil je even doorgeven”, zo spreekt mijn tante door de telefoon, “dat het kado voor opa nog niet helemaal geregeld is? De meeuw is er nog niet klaar voor.”

Pedonnie? Welke meeuw? Ik heb duidelijk iets cruciaals gemist. Mijn opa bereikt morgen de mijlpaal van tachtig prachtige jaren en dan geven we ‘m een meeuw?

“Ja, dat wou ie zelf. Hij vond laatst op het strand een overleden zeemeeuw en die wou hij opzetten… Alleen dat was te duur, dus nu doen wij dat voor ‘m. Leuk he?”

Dit gaan we niet menen. We geven opa een dood beest voor z’n B-day? En dat wou hij zelf? Wat een lugubere wens.

“En we noemen hem Guus.”

Wat? Hij krijgt een náám?

“Snap je ‘m? Guus… Meeuw…”

Dit is absoluut het punt waarop ik alle geloof in een normale familie verlies. Met een zucht geef ik het op om mijn verbazing te onderdrukken en ik pers er een akelig eng lachje uit: “HAHA! Haha, ha.. ha.” Ondertussen vraag ik me radeloos af wat er in godsnaam mis is met een gezellig pakketje bloembollen. Of een door de kleinkinderen beschilderde dennenappel. Of een tekening. Of whatever. Deze situatie vraagt om ingrijpen: ik zou zelfs genoeg moed op kunnen brengen om met de vingerverf aan de slag te gaan zodat we dit macabere kado snel af kunnen schieten.

Ik probeer de consequenties te overzien. Gezellig even langswippen bij opa en oma is er niet meer bij. Voortaan zal een starende, gebalsemde kraaloog die de naam Guus draagt de schoorsteenmantel bewaken. Brrr.

Lenin was sowieso een betere naam geweest voor dit gevleugelde dier.  Dodenverering á la het communisme. En wie weet wat dit beest vroeger heeft uitgevreten. Zal je net zien dat je een terrormeeuw in je huis hebt gehaald, die eten van soortgenoten jatte, wormen genadeloos uit elkaar trok en door z’n schijtgedrag mede verantwoordelijk was voor de teloorgang van de Scheveningse Pier. Te gek.

“Maar zoals ik dus zei, de meeuw is morgen nog niet klaar.”

OWYEAH! Er is dus nog niets verloren! Ik ben al driftig op zoek naar een paar verdwaalde kwasten in m’n kamer, tot de moed me weer in de schoenen zakt:

“We kunnen ook snel wat zalm uit blik op sterk water zetten? Of een molletje in wat wc-papier rollen en zeggen dat ie gemummificeerd is?”

En dan zeker Gerrit of Linda noemen. Hahaha…