Time after time

“Hee hallo, daar ben ik weer! Terug van weggeweest inderdaad. Ja, van vakantie! Had ik niet verteld? Tien dagen op Kreta vertoefd. En Parijs, klopt! Was ik alweer bijna vergeten haha. Oh, het was heerlijk joh. Even een drankje doen bij de IJffeltoren, je weet wel. En hoe gaat het met jou? Oh, net zo druk als ik hoor ik. Ja, het is wat he, die tijd tegenwoordig, waar is ie gebleven vraag je je wel eens af. Wat zei je? Aah, snap ik meid, stap snel die auto in dan. Veel plezier in Scheveningen! Spreek je snel, we appen! En niet vergeten te snapchatten he, als je aan zee ligt! Doeeeeg!”

Op de een of andere manier is tijd zo’n schaars goed geworden, dat het boven op ieders verlanglijstje prijkt. Zo verwacht ik dat ondanks die sancties van Rusland – waarbij onder andere Nederlandse producten de tsarengrens niet meer mogen passeren – de inwoners meer snakken naar extra uren in de dag dan een extra blokje Edammer kaas bij hun dagelijks Smirnoffje.

Ik wacht al jaren op Julius Caesar 2.0 die dertig uur in de dag plant. Hoppa, die achterhaalde kalender van nu kan wat mij betreft – samen met Poetin – liefdevol door de wc worden gespoeld.

We willen allemaal meer tijd om te slapen, meer tijd om te eten en vooral meer tijd om dingen te ondernemen. Daar zijn mensen dol op, geloof ik. Niets lijkt zo belangrijk te zijn als het aflopen van borrels – en uiteraard het uitkateren ervan. En als ik de geluiden om me heen moet geloven, neemt geen bedrijf je meer aan als je niet op exchange bent geweest. Onderscheiden is het hedendaagse toverwoord waar je iedere deur klaarblijkelijk mee opent. En een beetje exchange is dus geen Londen of Parijs – nee, je moet op z’n minst Europa uit. New York, Sydney, Johannesburg of Beijing: verweggistaanse studieplaatsen maken je pas de man.

Ik schrik er een beetje van dat we massaal naar het buitenland verkassen. Sinds wanneer is Nederland niet meer goed genoeg? Of beter gezegd: sinds wanneer is de Nederlandse taal niet meer goed genoeg? Geen enkel plukje haar op m’n hoofd dat eraan moet denken om de hele dag Engels – of Frans, of Spaans, iehl – te moeten spreken. Mijn volleybaloord, gelegen in het Noord-Limburgse Meijel, is voor mij al exchange enough. Moar good, det dialek versjtoan geer missjien wear neet.

Naast het verruimen van ons blikveld – wat heet! Over een paar jaar heeft mijn generatie hele continenten op hun scratchmap weg kunnen krassen – zijn we ook druk bezig met het aflopen van evenementen. Festivalletje hier, concertje daar. En alsof we het nog niet druk genoeg hebben, willen we dit graag met al onze vrienden delen. Al onze Facebookvrienden welteverstaan.

Tussen de likebommen door (“It’s my B-day! YAY!”, “Pas op allemaal, ik heb mijn rijbewijs!” en “Afgestudeerd yeaaaaah”) ploppen statussen voorbij van vrienden die met exchangevrienden – off course, who else? – bij de voet van de ‘Statue of Liberty’ proosten op een fietstocht door ‘NYC’. Of een selfieserie met olifanten, tijgers en leeuwen vanuit Johannesburg. Tja, daar sta je dan, met je tiendaagse vakantie op het Europese Kreta.

Maar! Mocht er dan onverhoopt toch een momentje zijn waarop je helemaal tot jezelf kan komen, in een ultieme superzen wil belanden, even niet hoeft na te denken over je volgende manier om je te onderscheiden in deze krimpende wereld – liggend op je handdoek aan zee, beschuit met aardbeien op het tafeltje naast je en de nieuwste Linda voor je neus… Ja, zelfs in die extreme ontspanfase maken we snel nog even een Snapchatje voor het thuisfront.

AAARGH. En ons dan nog onnozel afvragen waar onze tijd is gebleven…

Advertenties