Help, ik ben een sushi-poesie!

Met mijn alles behalve getrainde mode-ogen – ik weet echt helemaal niks van de nieuwste ditjes of datjes af – durf ik toch te stellen dat ik een aardige indruk heb gekregen van de nieuwste foodhypes in Nederland. Vandaag de dag eten we pepernoten met sinaasappelsmaak, drinken we smoothies van gojibessen  besprenkeld met chiazaad en… zijn we dol op sushi. Iedereen, behalve ik. Ik kan maar niet wennen aan het idee om een stuk rauwe vis, omwikkeld met zeewier en  plakkerige rijst op je bord te zien liggen.

Zeewier, dat is toch die glibberige plant die je tenen doet schrikken als je een duik in de Noordzee neemt? Hoezo serveren we dat als zijnde een culinair hoogstandje?

Kortom, ik was één van de weinige sushi-sceptici die ons land rijk is. Dat bleek ook toen enkelen van mijn volleybalteam voorstelden om onder het “genot” van een hap sushi wat aan teambuilding te doen. Ik, als viswalger, zag het vooral als een gigantisch struikelblok om deze avond met een gevulde maag af te sluiten. Hoewel ik er alles aan deed om dit initiatief richting een doodnormaal restaurant te verplaatsen, wilden ze van geen wijken weten. Door middel van een verdekte vorm van groepsdruk – “Kim, je komt anders niet thuis want auto Eindhoven gaat mee eten” – ging ik toch overstag.

Met zes man sterk – drie rasechte sushilovers en drie groentjes – wandelden we de wereld van de opgerolde vis in. Een wereld waar ik me tot dat moment weigerde in te verdiepen en dus keek ik mijn ogen uit. Want wauw, wat waren er veel mensen! Dan moet er toch wel iets goeds aan dat vreemde Japanse concept zitten…

Zou het de vorm van bediening zijn? Ik heb nog nooit ergens gegeten waar ik op een iPad mijn vijf gekozen minigerechten aan kon klikken. De eerste ronde (je hebt er vijf! Wat neerkomt op 25 gerechten, wajoo) ging ik gelijk volle bak. Nadat ik mezelf een acclimatisatiemomentje gunde met een miniloempia, was het grote sushimoment daar. “Met deze Nigiri Sishi an Tempura (of iets in die geest) zit je aaaaaltijd goed”, zo klonk het sterk onderbouwde advies van één van m’n teamies. Dus na drie mislukte pogingen reikte ik bibberig deze tussen twee stokjes ingeklemde sushi-special naar m’n mond. Eén keer kauwen en een smaakbom ontplofte. Het was crunchy – I know, heel raar –, het was vissig, glibberig en oosters. Maar het was vooral: heel veel. Wat ook gold voor de direct daarna bestelde en afgeleverde noodlesoop: een drijvende groentetuin die basically de rest van de bestelrondes blokkeerde. “Als je het niet opkrijgt, moet je bijbetalen”, lichtte een teamgenoot me in, helaas pas nadat ik die halve liter soep, een beefroll en nog wat sushiplaten voorgeschoteld kreeg.

Al met al was het een enerverende avond, maar het sushi-eten an sich is niet voor mij weggelegd. Geef mij maar lekker een andijviestampje van moeders. En als je het heel exotisch wil maken, mag je die andijvie best oprollen in een paar speklapjes. Maar zeewier… laat dat maar lekker in de zee.

Advertenties